Paul Scholten

Rechtsdwaling bij onrechtmatige daad

In de artikelenreeks die ik in de jaargangen 1914 en 1915 van dit Weekblad aan bespreking van de schuld in de leer der onrechtmatige daad heb gewijd, heb ik ook de vraag der rechtsdwaling uitvoerig behandeld. Sindsdien werden enkele beslissingen gepubliceerd, die mij tot een korte aanvulling van het daar gezegde nopen. Ik doel op het vonnis der Rechtbank te Tiel van 27 Febr. 1920, N. J. 1920, 295, op dat der Rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 15 Juli 1920, N. J. 1921, 533, W. P. N. R. 2869 en op een arrest van den Hoogen Raad van 4 Juni 1920, N. J. 1920, 729, ook opgenomen in W. P. N. R. 2664, met onderschrift van Meijers.